Zoeken in deze blog

Uniformering, kleding en wapentuig.







Deze pagina begint met een plaatje uit het Rijksmuseum gemaakt rond 1795, van de "nieuwe schutterij" van Amsterdam in 1787. Deze schutterij is gezuiverd van Patriotse invloeden en op hun 'hoed' (van het type 'steek', of 'bicorne') dragen de schutters een Oranje kokarde.

Wij kennen de schutterijen ofwel als iets van folklore uit het Zuiden des lands of van de schuttersstukken uit de 17e eeuw. Veel stelde het allemaal niet voor, is de algemene gedachte.

In de 17e en 18e eeuw was de schutterij vaak wel een politieke factor van belang, en trad de schutterij op bij brand en oproer. Vanaf 1750 ontstonden naast de schutterij de excercitie-genootschappen waarin ook burgers in de wapenen werden geoefend. Er werd ook veel samengewerkt met de schutterij, en soms was er ook tegenwerking. 

De schutters op de prent hebben een blauwe 'jas' aan, met 'koperen' knopen, een witte of zwarte kniebroek, lange witte sokken, een wit vest, en schoenen met een gesp. U ziet ook een witte schouderriem, en de figuur rechts is bewapend met een musket en een degen. De figuur, tweede van links, draagt kniehoge slobkousen.

En dergelijk uniform was veel te vinden in den Lande tot 1795, en misschien ook wel later. Veel schutterijen droegen blauwe jassen, soms groen als het 'Jagers' waren, en de jassen van officieren waren wat luxer.

De gebruikte stoffen zijn wol, linnen en leer, allemaal natuurlijke materialen. Het was natuurlijk de bedoeling er manhaftig uit te zien, maar de schutter moest wel zijn eigen uniform betalen. Zijn wapen kon vaak geleend worden uit het stedelijk arsenaal, maar het was wel de bedoeling dat hij een eigen wapen had. De schutterij was natuurlijk uniform gekleed, maar verschilde per plaats, en soms per wijk.

De Bataven vonden de volksweerbaarheid van groot belang, en de Gewapende Burgermacht was dan ook een punt van discussie in de Nationale Vergadering. De politieke discussiepunten uit de Bataafse tijd, kwamen ook in de discussies rond de Burgermacht naar voren. Moest het een plaatselijk gebeuren blijven, of provinciaal? Mochten de troepen buiten de regio worden ingezet? Wie betaalde de onkosten?

In 1799 was het afgelopen met de plaatselijke vrijheid, en het regionale bestuur. De Gewapende Burgermacht, werd een nationale instelling, en de troepen werden gekleed en bewapend van 's Lands wege. Aan de hand van de stofleveringen zijn de kleuren van de uniformen te herleiden. Voor de snit moeten we terugvallen op de prenten van vooral Langendijk, en er is 1 exemplaar van een jas terug te vinden in de collectie van het Nationaal Militair Museum.



De uitbeelding blijft natuurlijk een permanent punt van onderzoek in onze vereniging. Nieuwe leden kunnen wij helpen bij het aanschaffen van hun uniform.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten